Eerst Data, Dan Marketing: Google Analytics voor Ondernemers.

Er zit veel kennis verstopt in data. Dit is data waar je waarschijnlijk al toegang toe hebt. In deze rubriek lees je meer over hoe je, volgens onze Data-fanaat Justus, deze data écht goed gebruikt. Zo maak je betere websites, advertenties en andere marketingmiddelen!

Google Analytics (GA) klinkt je vast bekend in de oren. Wellicht heb je je webbouwer erover gehoord toen hij GA op je website installeerde. Of je collega-ondernemers hebben erover verteld, maar je hebt gedacht “daar heb ik geen tijd voor”. Nog een keer een opfrisser: met GA kun je het verkeer op je website analyseren. Klinkt geavanceerd, maar het betekent dat je op een gebruiksvriendelijke manier grafieken en statistieken in kan zien over je website-bezoekers.

Als ondernemer heb je alleen niet de tijd en/of kennis om elk stukje van je website uitvoerig te bestuderen. Daar heb je experts voor. Toch wil je tegelijkertijd op elk gebied van onderneming iets van controle houden: logistiek, sales, productie… You name it! Waarom dan niet wekelijks een snelle update over wat je website voor je doet?

We gaan je website globaal kijken, als het ware door een verrekijker. Creatieve metafoor, hè?

We gaan drie belangrijke aspecten van website-prestaties bekijken: bezoekersaantallen, de bronnen van bezoekers en hun bestemming op je website. Dit doen we uiteraard zo efficiënt mogelijk. Wekelijks hoef je op deze manier slechts een paar minuten vrij te maken om te weten hoe je website er op hoog niveau voor staat.

Ik doe dit wel met een korte disclaimer: de statistieken die we gaan bekijken zijn vooral algemeen. Net zoals ik in de vorige EDDM-rubriek vertelde, rechtvaardigen ze eigenlijk nooit vergaande acties op online gebied. Deze statistieken zijn juist een aanleiding om in te zoomen op mogelijke oorzaken!

Zorg, om te beginnen, dat je via een computer op analytics.google.com bent en dat je de weergave van jouw website selecteert, mocht deze er niet al staan. Dit doe je door rechts naast het logo van GA te klikken en vervolgens jouw website aan te klikken. Als je hier niets ziet staan, kun je het beste je webbouwer even opdragen dat hij je Google-account autoriseert voor GA.

1 + 2. Bezoekersaantallen -en bronnen

Talk about efficiency: twee belangrijke graadmeters in één overzicht! Navigeer naar “Acquisitie” > “Alle Verkeer” > “Kanalen”. Hier tref je een grafiek die de ontwikkeling van je bezoekersaantallen in kaart brengt. Rechtsboven deze grafiek kun je de periode aanpassen die wordt weergegeven (in zowel de grafiek als de tabel eronder). Zorg dat deze periode minimaal twee weken is, omdat je anders resultaten bekijkt die op te weinig data gebaseerd zijn.

Onze eerste bestemming!

Waar kun je op letten? Voordat je in de toekomst afwijkingen van de normale gang van zaken waar kan nemen, moet je eerst weten welke resultaten “normaal” zijn. Wat zijn drukke dagen/weken/maanden? Zijn seizoenen van invloed op het aantal bezoekers? En strookt het allemaal met je verwachtingen? Is het aantal bezoekers per dag überhaupt hoger of lager dan je had verwacht?

De tabel eronder splitst de informatie uit de eerste rij op in bronnen waar je verkeer vandaan komt. Voorbeelden zijn bijv. “Direct” (mensen die je website in hun adresbalk hebben in getypt) en “Referral” (links op andere websites naar jouw website). “Organic Search” zijn bezoekers uit de zoekresultaten van Google, terwijl “Paid Search” de door jou betaalde zoekresultaten zijn. “Display” vertegenwoordigt de display-campagnes die je op Google Ads organiseert.

Enkele voorbeelden van verkeersbronnen.

Wat betreft de kolommen: “Gebruikers” is het aantal bezoekers, terwijl “Sessies” gelijk is aan het aantal keren dat deze bezoekers op je website zijn geweest. Er zijn wel enkele uitzonderingen op deze definitie, maar voor nu voldoet dit. Het aantal sessies ligt dus in ieder geval altijd hoger dan het aantal gebruikers. De laatste kolom die wellicht onbekend klinkt, is “Bouncepercentage”. Dit is het percentage bezoekers dat je website verlaat zonder ook maar ergens te klikken.

Met deze tabel kun je dus o.a. zien uit welke bronnen je website-bezoekers komen. Ook heb je inzicht in de kwaliteit van dit verkeer (laag bouncepercentage = meer interactie met de website)!

3. Paginabezoeken

Nu gaan we naar iets anders kijken: op welke pagina’s komen je bezoekers vooral? Kies in het linkermenu “Gedrag” > “Site-content” > “Alle pagina’s”. Hier zie je een soortgelijke grafiek als zojuist, maar dan met “Paginaweergaven” i.p.v. “Gebruikers” erin afgebeeld. Ook de tabel is uiteraard anders.

Je tweede (en alweer laastste) bestemming.

Met deze tabel krijg je inzicht in welke pagina’s vaak worden bezocht. Per pagina (= rij in de tabel) worden enkele herkenbare statistieken weergegeven, maar ook een paar nieuwe. “Unieke paginaweergaven” is bijvoorbeeld het aantal sessies waarbij de pagina minimaal één keer is bezocht. Daarnaast geeft “Instappunten” weer hoe vaak de betreffende pagina de eerste pagina van de sessie was, terwijl het “Uitstappercentage” juist laat zien welk percentage van de sessies eindigde op die pagina.

Verschillende pagina’s op de website van O! creative digital. De bovenste rij is, in dit geval, de homepage.

Je kunt nu dus zien welke pagina’s veel verkeer ontvangen, hoeveel mensen direct naar die pagina en hoe vaak de betreffende pagina de laatste pagina van een sessie is.

Dat was je eerste stap in Google Analytics! Moeilijk, of niet?

Als je meer wilt ontdekken over je website of wat extra hulp kunt gebruiken, stuur een berichtje naar justus@o-creative.nl. Vragen staat vrij!

Terug naar Blog